Logo Stichting Genealogie Jacobus Lampe (1691) uit Mettingen
www.familie-lampe.nl

Stichting Genealogie Jacobus Lampe (1691) uit Mettingen

06 Ich bin nur ein armer Wandergesell (2)

(door Marga van Poecke-Lampe VIII.6)

 

In Lampe Belicht 11e jaargang – 2002 – nummer 1, stond deel 1 van dit verhaal.

 

Nou ja arm? Toen ik mijn rondtrekkende zoon afgelopen zomer ontmoette in Höhr Grenzhausen had hij meer geld op zak dan ik. Hij leende me contanten voor de aankomende theepottenexpositie, waarvoor ik naar het keramiekplaatsje was afgereisd samen met mijn twee andere kinderen.

 

Aangezien een Wandergesell niet binnnen een straal van 50 km van zijn ouderlijk huis en de adressen waar hij al gewoond heeft dient te komen, beleggen wij af en toe een kleine reünie.

 

Boeiend om te zien hoe mijn soms verlegen zoon nu een café binnenstapt. Of ik blij moet zijn met dat gemak zal de toekomst leren.

 

In het afgelopen jaar heeft Michiel leuke en minder leuke dingen meegemaakt. Met op reis zijn kun je evenmin de minder leuke gebeurtenissen omzeilen.

 

Na een uitbundig weekend weer aan de slag om, gedeeltelijk machinaal, een keuken te maken, kwam hij met zijn hand in een frees. Dat leverde bijna drie weken ziekenhuisverblijf in Hamburg op plus een geweldige preek van de dienstdoende vrouwelijke arts. Bacterieën konden ijselijke gevolgen (amputatie) tot gevolg hebben, dus in het ziekenhuis blijven. Goed dat Duitsland de traditie van het Wanderen kent en dat er dan ook zo op in gesprongen wordt. Ik ben de mij onbekende arts daarvoor dankbaar.

 

In de taxi naar het ziekenhuis realiseerde Michiel zich al, wat de oprichter van hun gilde al rond het jaar twaalfhonderd voorgeschreven had. In het weekend kun je rustig drinken (waarschijnlijk niet met de nadruk op rustig) maar hou dan wel een Blaue Montag, zodat als op dinsdag je werkweek begint  (wat een leven!) de alcohol tenminste weer uit je bloed is.

 

De vingers zijn bij vertrek uit het ziekenhuis weer zolang als ze horen te zijn, verzekerde Michiel me.

 

Een partijtje stoeien leverde het volgende debacle. Schouderbanden stuk. Weer niet werken. Dan slinkt je reserve. Met twaalf Wanderer in één huis; ook niet echt een pretje. Dan vertrekt Michiel in zijn eentje te voet, zonder geld naar Zwitserland, ná zichzelf twintig minuten moed ingesproken te hebben via de telefoon met zijn moeder. Nee hij vroeg niet of ik hem moed wilde inspreken, maar het mailtje bij aankomst in Zwitserland toonde me alsnog zijn onrust van enige dagen ervoor.

 

Na Zwitserland en wederom Duitsland vertrok hij met twee vrienden-collega’s naar de Canarische-eilanden om daar twee of drie maanden door te brengen. Op mijn vraag of daar duits gesproken wordt (een regel voor het eerste jaar is in duitstalig gebied blijven!) antwoordde hij opgewekt, dat waar hij verbleef overal duits gesproken wordt. En dan te bedenken dat hij op school zo’n hekel aan duits had!